Brief aan de Maas
Dag Maas,
Hoe gaat het met je?
Ik zit hier in de bib van Maastricht en kijk naar jou.
Je gaat snel want er is veel wind.
En af en toe ook regen.
Ik leer je kennen, beste Maas, en de kennismaking bevalt me.
Het boek dat over jou geschreven werd door Wim Peumans doet me glimlachen. Drie jaar heeft die man jou bestudeerd. Het leven op en rond en in jou. Boeiend! Je verschijnt waarschijnlijk in zijn dromen.
Ik had een vreemde droom, er viel een boom op mij, maar de boom waarnaast ik lag, ving de klap op, dus ik overleefde maar zat wel vast. Ik herinner me vooral de boomschors die zo dicht bij was, die vroeg alle aandacht, de lijnen in de schors, de kleur.
Internet zegt dat je tot de drie oudste rivieren van de wereld hoort. Wim Peumans zegt dat het niet waar is. Da’s jammer en verder ook totaal irrelevant. Het eerste feit heeft mijn aandacht op jou doen richten. Het tweede is een marge in de kantlijn.
Je bent er. En al veel langer dan eender wie die zich nu op deze planneet bevindt.
Ecocentrisch is een goed woord. Maar het is een nutteloos woord. Want de aarde is al heel haar leven ecocentrisch. Hup een ijstijd en de helft van het leven verdwijnt. Hup een lawine en daar gaan een paar dorpjes weg. Is de aarde dan egocentrisch of ecocentrisch of gewoon centrisch? Middelpuntvliedend ofzo?
Ik zit in de bib en schrijf en eet tussendoor wat sushi.
Vanuit de hotelkamer waar ik verbleef, had ik zicht op je stromende, vloeiende watermassa.
Op de vogels die in en om en boven jou leven. De paardjes die de plek weten waar ze kunnen oversteken als je laag water hebt.
Daar lag ik, in een groot bed, in mijn eentje, te kijken naar jou vliedende water.
Wat is een rivier?
Is dat het leven in de rivier? Is dat de stromende watermassa? Is dat de plantengroei in de rivier en op de flanken? Is het de bedding, de bodem? Zijn dat de vogels die er samenleven, voor die tijd van het jaar? Zijn dat de mensen die in het stroomgebied wonen en afhankelijk van haar zijn? Het woord rivier, waar slaat dat eigenlijk op? Welke grens geeft dat aan? Welke naam krijgt de rivier? Is het kleine stroompje aan de bron geen andere rivier dan die waar de boten op varen?
Er zijn blijkbaar rivieren die duidelijk grenzen aangeven. Ze zijn te gevaarlijk om dwars over te steken. Dus blijven de mensen aan hun kant, stroomopwaarts of stroomafwaarts leggen ze contacten, bouwen ze een netwerk, samen met de rivier.
Maar de mensen die rond jou leven doen dat anders. Jij bent een knooppunt, ze steken je over, ze praten met elkaar, ze hebben familie aan jouw beide oevers, ze praten dezelfde taal.
Het spiegelende oppervlakte is een soort van grens. Een beetje een bedrieglijke zaak, als je van ver kijkt, alsof je geen diepte bevat. Alsof water niet nat is, maar een spiegelend doek. Alsof ook ik eend zou kunnen zijn en op je drijven met mijn buik plat en mijn hoofd omhoog.
Meanderen is een onderschat woord. Meanderen is iets waar jij me erg goed in lijkt. Voor dat beetje dat ik zag aan de Smeermaas toch alvast. Het is heerlijk om niet om jouw bocht te kunnen kijken. Om de kracht te voelen die in zo’n bocht huist. Als een rollende spierbal van een sterke krijger. Als een bolle buik van een hoogzwangere vrouw. Al die potentie die schuilt in jouw sensuele bochten. Zo levendig ze me doen voelen, zo vrolijk, zo nieuwsgierig.
Mijn ruggengraat wil jouw meanderen graag nabootsen, ik voel hem krullen en zich in bochten proberen te wringen. Copy paste nature.
Ik ben een seconde aan jou zijlijn, een zucht, een kleine levensadem in de miljoenen jaren dat jij al stroomt, dat jij je water vervlecht met deze oevers. Zoef zoef daar ga je.
Zou je mij opmerken? Zou je veranderingen voelen in het volk dat jou omringd, in de mensen die naar je waterkant komen? Van roepende Romeinen tot dromerige vrouwen uit Antwerpen?
Ik ben een seconde bij jou en ik ben eeuwig samen met jou.
Dag Maas, tot de volgende keer.